Antistoffen en immuniteit

30 maart 2020

Als je antistoffen tegen het coronavirus in je bloed hebt en geen virus in je keel, ben je dan immuun?

Author picture

5 min. read

IgM antistoffen in je bloed en geen virus in je keel-neusholte is een sterke aanwijzing dat je korter dan een maand geleden een SARS-CoV-2 infectie hebt doorgemaakt. Als je geen virus meer in de neus-keelholte hebt en geen IgM antistoffen meer in je bloed maar je vindt wel IgG antistoffen dan heeft de infectie zeker anderhalve maand geleden plaats gehad. Nu kun je ook IgG en IgM antistoffen tegelijk vinden en dan heb je waarschijnlijk tussen drie en vier weken geleden je eerste ziekteverschijnselen van de coronavirus infectie gehad. Eenmalig antistoffen meten zijn bij de diagnose van COVID-19 vooral een hulpmiddel dat je de infectie ooit hebt gehad.

Antistoffen en een acute infectie door twee keer meten

Als je je eerste hoestje met koorts krijgt, weet je nog niet welk virus je dit bezorgt. Er is een heel scala van virussen, die dit kunnen veroorzaken: griepvirussen, verkoudheidsvirussen en ook coronavirussen. Je kan opnieuw proberen in het speeksel het betreffende virus aan te tonen of in bloed de overgang van geen IgG antistoffen naar wel antistoffen of als iemand in het eerste bloedje al IgG antistoffen heeft een viervoudige toename in de hoeveelheid antistoffen. Dan heb je volgens Chinees onderzoek meer dan 80% van de infecties in kaart.

Dit onderzoek van Quan-xin Long en Ai-long Huang van Chongqing Medical School laat ook nog zien dat ze vier infecties opspoorden van 52 zieken die een negatieve virus test hadden en van 7 van 148 contacten met een negatieve virus test. Dit betekent dat een antistof test ook acute infecties behoorlijk goed kan opsporen, maar natuurlijk niet de besmettelijkheid. Door zo’n tweevoudige meeting te doen met een tussenpoos van een maand, drie maanden of een half jaar krijg je een goed beeld op van hoe snel het virus zich op dat moment verspreid.

Is iemand immuun na de infectie te hebben doorgemaakt?

Immuun zijn betekent dat je geen herinfectie kan krijgen met hetzelfde virus. Het idee van groepsimmuniteit gaat ervan uit dat iemand die de infectie heeft doorgemaakt, dat niet nog een keer overkomt. En dat iedereen deze weerstand in gelijke mate opbouwt. Dat is nog al een veronderstelling. En die weerstand moet dan bij ieder van ons zo lang blijven bestaan totdat er een vaccin is. Mijn inschatting is dat een vaccin dat bescherming biedt voor de mensen die het grootste risico lopen, zeker twee jaar op zich zal laten wachten. Van het coronavirus dat COVID-19 veroorzaakte weten we pas op zijn vroegst over een paar jaar of je hergeinfecteerd kan worden met dit virus. Bij sommige virussen is dit zo, zoals bij het griep virus en het AIDS virus, bij andere virussen is dit niet zo, zoals virussen die geelzucht of andere kinderziekten veroorzaken. Soms heb je op de oude dag nog wel een boost nodig om de afweer op peil te brengen omdat na zon vijftig of zestig jaar je weerstand achteruit gaat. Van coronavirussen weten we dat herinfectie kan voorkomen. We weten van het coronavirus 229E dat je zonder er iets van te merken met dezelfde stam kan worden geherinfecteerd een jaar na de eerste infectie. De oorzaak lijkt te zijn dat je op een bepaald moment te weinig antistoffen hebt om je te beschermen, met andere worden dat je immuniteit maar van korte duur is. Dit onderzoek was gedaan bij volwassenen. Bij kinderen is de kans op herinfectie onderzocht voor een ander coronavirus,- HCoV-NL63 -, dat in zoverre op het huidige SARS-CoV-2 en het originele SARS virus lijkt dat het hetzelfde molecuul, -ACE2-, gebruikt om de cellen in de keel-neusholte binnen te dringen. HCoV-NL63 is ontdekt door de Amsterdamse viroloog Lia van der Hoek. In haar onderzoek bleek dat herinfectie ongeveer elke twee jaar plaats vindt. Deze beide onderzoeken suggereren dat je er niet bij voorbaat van uit mag gaan dat immuniteit jaren blijft bestaan.

Als je al immuun wordt voor COVID-19, hoe weet je dat dan?

Er wordt vanuit gegaan door veel virologen dat als je antistoffen genoeg hebt tegen het kroon eiwit, de ‘spike of S genaamd en dan wel in het bijzonder tegen het receptor ACE2 bindende stukje eiwit van de kroon (RBD), dat je dan immuun bent tegen herinfectie. Nu zijn er een paar gegevens die mij daaraan doen twijfelen. Zowel zieke als niet zieke mensen met het SARS-CoV-2 virus onder de leden maken antistoffen tegen het kroon eiwit en ook tegen RBD. Sterker nog uit zowel Chinees als Nederlands onderzoek blijkt dat geinfecteerden die een ernstige ziekte door het SARS-CoV-2 virus hebben doorgemaakt veel meer antistoffen tegen het krooneiwitten maken dan mensen met milde ziekteverschijnselen. En ook blijken die zieke patienten minstens evenveel zogeheten neutraliserende antistoffen te maken als niet zo zieke patienten, en misschien zelfs meer.

Beschermen antistoffen tegen het krooneiwit van het coronavirus je tegen her-infectie?

Of antistoffen tegen het krooneiwit je beschermen en dan vooral de ouderen onder ons zullen we pas over een tijd weten. Er is echter kans dat we het al eerder te weten komen. Ik wacht op het experiment in apen, die met het virus besmet kunnen worden, waarbij sera met veel neutraliserende antistoffen tegen het krooneiwit van SARS-CoV-2 besmette mensen de dieren beschermen tegen infectie. De tweede vraag die in een diermodel beantwoord kan worden, is of de virus neutraliserende antistoffen tegen het krooneiwit en de RBD anders zijn bij mensen die heel ziek van het virus worden dan bij mensen die amper last van het virus hebben. Dit is ook voor het ontwerpen van het vaccin van doorslaggevend belang.

Over Jaap Goudsmit

Jaap Goudsmit is arts en viroloog verbonden aan de Harvard T.H. Chan School of Public Health en wetenschappelijk directeur van het Human Vaccines Project, een NGO die onze afweer tegen ziekte probeert te doorgronden zodat er sneller en betere vaccins kunnen worden gemaakt.

Jaap Goudsmit